|
Internationaal Spelreglement Petanque H I
– 1 – © april 2009, NJBB
NJBB
INTERNATIONAAL SPELREGLEMENT PETANQUE
Vastgesteld door de reglementencommissie
d.d. 28 februari 2009;
inwerkingtredend op 1 april 2009.
ALGEMEEN
Artikel
1 Equipes
Petanque is een sport waarbij partijen
worden gespeeld tussen equipes van:
-
_ drie spelers en drie spelers (tripletten).
Ook zijn partijen mogelijk tussen:
-
_ twee spelers en twee spelers (doubletten); of
-
_ één speler en één speler (enkelspel).
Bij tripletten beschikt iedere speler
over twee boules. Bij doubletten en enkelspel beschikt
iedere speler over drie boules.
Een andere equipesamenstelling is niet
toegestaan.
Artikel
2 Goedgekeurde boules
Petanque
wordt gespeeld met door de FIPJP goedgekeurde boules
die:
-
van metaal zijn;
-
een diameter hebben van ten minste 7,05 en ten
hoogste 8,00 cm;
-
een gewicht hebben van ten minste 650 en ten hoogste
800 g; het handelsmerk van de fabrikant en het
gewicht moeten in de boules zijn gegraveerd en
altijd leesbaar zijn; bij wedstrijden die
uitsluitend toegankelijk zijn voor jeugdspelers van
11 jaar of jonger zijn boules van 600 g en 65 mm
diameter toegestaan, mits vervaardigd door een
erkende fabrikant;
-
niet zijn gevuld met lood of zand; in algemene zin
mogen zij geen enkele bewerking of andere
opzettelijke verandering hebben ondergaan na de
vervaardiging door een erkende fabrikant
(zogenaamde getrukeerde boules); het
is met name verboden de boules opnieuw te verhitten
(na te gloeien) teneinde de door de fabrikant
gegeven hardheid te veranderen.
Naam en voornaam van de speler, of zijn
initialen, mogen echter in de boules worden gegraveerd,
evenals diverse aanduidingen van de fabrikant, volgens
de overeengekomen specificaties van het fabricageproces.
Artikel
2bis Ondeugdelijke boules
Een equipe waarvan een speler schuldig
wordt bevonden aan het overtreden van de regels van punt
4 van het vorige artikel, wordt onmiddellijk van het
toernooi uitgesloten (gediskwalificeerd).
Als een niet–getrukeerde, maar versleten
of ondeugdelijk vervaardigde boule een controle niet met
succes doorstaat of niet voldoet aan de eisen 1, 2 of 3
van het voorgaande artikel, moet de speler deze
vervangen. Hij mag ook de hele set boules vervangen.
Een door spelers ingediend protest met
betrekking tot de punten 1, 2 of 3 kan alleen vóór de
partij worden ingediend. De spelers hebben er dus belang
bij zich ervan te vergewissen dat hun boules en die van
hun tegenstander aan de gestelde eisen voldoen.
Een protest met betrekking tot punt 4 kan
gedurende de gehele partij worden ingediend, maar alleen
tussen twee werpronden in. Als een dergelijk protest
echter na de derde werpronde wordt ingediend en
ongegrond blijkt, worden drie punten opgeteld bij de
score van de tegenstander.
De scheidsrechter of de jury mag te allen
tijde de boules van een of meer spelers controleren.
Artikel
3 Goedgekeurde buts
Buts zijn van hout of van kunststof. In
het laatste geval dragen zij het handelsmerk van de
fabrikant en heeft de FIPJP officieel erkend dat zij aan
de overeengekomen specificaties van het fabricageproces
voldoen.
Buts hebben een diameter van 30 mm. Een
afwijking van ten hoogste + of – 1 mm is toegestaan.
Geverfde buts, ongeacht de kleur, zijn
toegestaan, maar mogen niet met een magneet opgetild
kunnen worden.
Artikel 4 Licenties
Voor
het begin van een toernooi moet iedere speler zijn
licentie tonen aan de wedstrijdleiding. Hij moet deze
ook tonen op verzoek van de scheidsrechter of van zijn
tegenstander, tenzij de licentie bij de wedstrijdleiding
berust.
SPEL EN BUT
Artikel 5 Terrein
Petanque
kan op ieder terrein worden gespeeld. De
wedstrijdleiding of de scheidsrechter kan de equipes
echter een afgebakend terrein toewijzen. In dat geval
moet dit terrein, voor het landelijke gedeelte van
nationale kampioenschappen en voor internationale
toernooien, ten minste 4 m breed en 15 m lang zijn.
Voor andere toernooien kan de bond
afwijkingen van deze afmetingen toestaan, tot een
minimum van 3 bij 12 m.
Als speelterreinen elkaar raken, wordt de
gemeenschappelijke scheidingslijn aan de kopse zijde van
een terrein beschouwd als uitlijn.
Als het terrein van een afzetting is
voorzien, moet de afstand tussen deze afzetting en de
grens van niet–toegestaan terrein (de uitlijn of
verlieslijn) ten minste 1 m bedragen.
Een partij gaat tot en met 13 punten. In
voorronden en cadragepartijen kan eventueel worden
gespeeld tot en met 11 punten.
Er mogen bepaalde toernooien worden
georganiseerd waarbij voor partijen een tijdslimiet
wordt gesteld.
Artikel 6 Begin van het spel; de
werpcirkel
De equipes tossen om te bepalen welke
equipe het terrein kiest en het but als eerste uitwerpt.
Als de wedstrijdleider de equipes een
terrein heeft toegewezen, moet het but op dit toegewezen
terrein worden uitgeworpen. De equipes mogen niet zonder
toestemming van de scheidsrechter uitwijken naar een
ander terrein.
Een speler van de equipe die de toss
heeft gewonnen, kiest de plaats waar wordt begonnen en
tekent of plaatst op de grond een cirkel waar de voeten
van elke speler geheel in passen.
De diameter van een getekende werpcirkel
bedraagt ten minste 35 en ten hoogste 50 cm.
Als gebruik wordt gemaakt van een
voorgefabriceerde cirkel moet deze vormvast zijn en een
binnendiameter van 50 cm hebben. Een afwijking van ten
hoogste + of – 2 mm is toegestaan.
De organisator beslist over het gebruik
van voorgefabriceerde cirkels en dient deze alsdan ter
beschikking te stellen.
De werpcirkel geldt voor de drie
opeenvolgende uitworpen waarop de equipe recht heeft, en
moet worden geplaatst of getekend op ten minste één
meter van enig obstakel en, bij niet-afgebakende
terreinen, op ten minste twee meter van enige andere in
gebruik zijnde werpcirkel.
De equipe die het but gaat uitwerpen moet
alle werpcirkels in de nabijheid van de te gebruiken
cirkel uitwissen.
Het binnendeel van de werpcirkel mag
geheel geëffend worden gedurende de werpronde, maar moet
aan het eind daarvan in de oude staat worden hersteld.
De werpcirkel is geen niet–toegestaan
terrein.
Tijdens het werpen van boules moeten de
voeten van de speler binnen de cirkellijn blijven (zij
mogen deze niet deels bedekken); zij mogen de werpcirkel
niet verlaten of geheel van de grond komen vóór de
geworpen boule de grond raakt. Geen ander lichaamsdeel
mag de grond buiten de werpcirkel raken.
Bij wijze van uitzondering mogen zij die
het gebruik van een been missen met slechts één voet
binnen de werpcirkel plaatsnemen.
Voor spelers in een rolstoel geldt dat
ten minste één wiel (aan de zijde van de werparm) zich
binnen de werpcirkel moet bevinden.
Dat een speler het but uitwerpt betekent
niet dat hij ook de eerste boule moet werpen.
Artikel
7 Voorgeschreven afstanden bij het uitwerpen van het but
Bij het uitwerpen van het but is het
slechts geldig als:
1. de afstand van het but tot de
binnenrand van de werpcirkel
-
voor pupillen ten minste 4 en ten
hoogste 8 m,
-
voor aspiranten ten minste 5 en ten
hoogste 9 m, en
-
voor junioren en senioren ten minste
6 en ten hoogste 10 m bedraagt;
2. de afstand van de werpcirkel tot enig
obstakel ten minste één meter bedraagt;
3. de afstand van het but tot enig
obstakel en tot de uitlijn ten minste één meter
bedraagt; en
4. het but zichtbaar is voor een speler
die geheel rechtop in de werpcirkel staat, met de voeten
zover mogelijk van elkaar verwijderd; in geval van
twijfel beslist de scheidsrechter of het but zichtbaar
is; tegen zijn beslissing is geen beroep mogelijk.
In de volgende werpronde wordt het but
uitgeworpen vanuit een werpcirkel die geplaatst of
getekend wordt rond het punt waar het lag aan het einde
van de vorige werpronde, behalve als:
In het eerste geval trekt de speler de
werpcirkel op de kortst mogelijke toegestane afstand van
hetobstakel.
In het tweede geval mag de speler de
positie van de werpcirkel achterwaarts verplaatsen in
het verlengde van de lijn tussen de werpcirkel en de
positie van het but in de voorgaande werpronde, maar
niet verder dan tot hij het but op de maximaal
toegestane werpafstand kan uitwerpen. Dit mag alleen als
het but in geen enkele richting op de maximaal
toegestane werpafstand kan worden uitgeworpen.
Als na drie opeenvolgende pogingen door
eenzelfde equipe het but nog altijd niet reglementair is
uitgeworpen, gaat het over naar de tegenstander die
eveneens drie pogingen mag doen, en de werpcirkel
achterwaarts mag verplaatsen zoals in de vorige alinea
is beschreven. In dit geval mag de werpcirkel niet
nogmaals worden verplaatst, zelfs niet als ook deze
equipe niet slaagt in haar drie pogingen.
De toegestane tijd voor het uitvoeren van
deze drie worpen is ten hoogste 1 minuut.
In elk geval werpt de equipe die het but
na de eerste drie worpen moest afstaan, de eerste boule.
Artikel 8 Ongeldig uitwerpen van
het but
Als het but bij het uitwerpen wordt
tegengehouden door de scheidsrechter, een speler, een
toeschouwer, een dier of enig bewegend voorwerp, is het
ongeldig en moet het opnieuw worden uitgeworpen; de
uitworp telt dan niet mee voor het aantal van drie
waarop de equipe recht heeft.
Na het uitwerpen van het but en van de
eerste boule mag de tegenstander nog altijd de
geldigheid van de ligging van het but betwisten. Als het
bezwaar terecht blijkt, worden het but en de boule
opnieuw gespeeld.
Om het but opnieuw te kunnen uitwerpen
moeten beide equipes het erover eens zijn dat het
ongeldig lag, of de scheidsrechter moet dat hebben
beslist. Als een equipe in strijd hiermee handelt,
verliest zij het recht het but uit te werpen.
Heeft ook de tegenstander een boule
geworpen, dan wordt het but geacht geldig te liggen en
wordt er geen protest tegen de ligging meer in
overweging genomen.
Artikel
9 Ongeldig worden van het but
Het but is ongeldig in de volgende zes
gevallen:
1.
als het tijdens een werpronde wordt
verplaatst naar niet-toegestaan terrein, zelfs als het
daarna weer op toegestaan terrein terugkomt (een but op
de uitlijn is geldig; het is pas ongeldig als het recht
van boven bezien de uitlijn geheel is gepasseerd); een
plas water waarin het but vrij drijft is niet–toegestaan
terrein;
2.
als het verplaatst is, en vanuit de
werpcirkel niet meer zichtbaar is zoals in artikel 7 is
beschreven (als het but achter een boule verscholen is,
is het echter enkel op grond daarvan niet ongeldig; de
scheidsrechter mag een boule tijdelijk wegnemen om na te
gaan of het but zichtbaar is);
3.
als het wordt verplaatst naar meer dan 20
m van de werpcirkel (voor senioren en junioren), of
naarmeer dan 15 m (voor aspiranten en pupillen), of naar
minder dan 3 m;
4.
als bij afgebakende terreinen het but een
onmiddellijk naastgelegen terrein geheel heeft
overschreden;
4bis.
Als bij partijen op tijd die worden gespeeld op één
terrein het but buiten het toegewezen
terrein wordt verplaatst.
5.
als het verplaatst en zoek is en niet
binnen vijf minuten wordt gevonden; of
6.
als zich niet–toegestaan terrein bevindt
tussen de werpcirkel en het but.
Artikel 10 Kleine obstakels
Het is de spelers verboden een klein
obstakel dat zich op het terrein bevindt te verwijderen,
te verplaatsen, in de grond te drukken of plat te
stampen. De speler die het but gaat uitwerpen, mag
niettemin de plek onderzoeken waar hij zijn boule wil
laten neerkomen (de donnee), door daar ten hoogste drie
keer met een van zijn boules op te kloppen. Bovendien
mag een speler van de equipe die aan de beurt is, één
inslag van een eerder gespeelde boule dichtmaken.
Spelers die zich niet houden aan deze
regels, riskeren de sancties genoemd in artikel 34.
Artikel 10bis Vervanging van but
of Boule
Het
but of een boule mag tijdens een partij slechts in de
volgende gevallen worden vervangen:
1.
als het but of een boule zoek is en niet
binnen vijf minuten wordt gevonden; of
2.
als het but of een boule in stukken
breekt: in dat geval bepaalt het grootste stuk de
ligging; als er in de werpronde nog boules gespeeld
moeten worden, wordt het but of de boule — indien nodig
na meting — onmiddellijk vervangen door een but of een
boule van (ongeveer) dezelfde diameter; in de volgende
werpronde mag de betreffende speler ook de hele set
boules vervangen.
Artikel 11 Verborgen of
verplaatst but
Als het but tijdens een werpronde
onverwachts wordt bedekt door een boomblad of een
papiertje, wordtdat verwijderd.
Als het but in beweging komt,
bijvoorbeeld door de wind of de helling van het terrein,
wordt het teruggelegd op zijn oorspronkelijke plaats,
mits deze was gemarkeerd.
Hetzelfde gebeurt als het but per ongeluk
door de scheidsrechter, een speler, een toeschouwer, een
boule of een but uit een andere partij, een dier of enig
bewegend voorwerp wordt verplaatst.
Om onenigheid te voorkomen moeten spelers
de plaats van het but markeren. Protesten met betrekking
tot niet–gemarkeerde buts en boules worden niet in
overweging genomen.
Wordt het but verplaatst door een boule
uit dezelfde partij, dan blijft het geldig.
Artikel 12 But in ander spel
Als
het but tijdens een werpronde naar een ander terrein
wordt verplaatst (al dan niet afgebakend), blijft het
geldig, tenzij artikel 9 van toepassing is.
Als het but terechtkomt op een terrein
waar een andere partij gespeeld wordt, wachten de
spelers die met het verplaatste but spelen indien nodig
tot de spelers van de andere partij hún werpronde hebben
beëindigd, en maken daarna hun eigen werpronde af.
Alle betrokken spelers dienen geduld en
hoffelijkheid te betrachten.
De equipes spelen de volgende werpronde
op het aanvankelijk gebruikte terrein en het but wordt
uitgeworpen vanaf het punt vanwaar het verplaatst werd,
overeenkomstig de voorwaarden uit artikel 7.
Artikel 13 Puntentelling bij
ongeldig geworden but
Als het but tijdens een werpronde
ongeldig wordt, kunnen zich de volgende drie gevallen
voordoen:
1.
beide equipes hebben nog boules te
spelen: de werpronde eindigt onbeslist;
2.
slechts één equipe heeft nog boules te
spelen: deze equipe krijgt zoveel punten als zij nog
boules te spelen heeft; en
3.
geen van beide equipes heeft nog boules
te spelen: de werpronde eindigt onbeslist.
Artikel 14 Tegengehouden but
1.
Als het but, na te zijn weggeschoten,
door een toeschouwer of de scheidsrechter wordt
tegengehouden of van richting veranderd,
blijft het liggen waar het tot stilstand komt.
2.
Als het but, na te zijn weggeschoten,
door een speler die zich bevindt op toegestaan terrein
wordt tegengehouden of van richting veranderd, heeft
zijn tegenstander de keuze uit:
a.
het but te laten liggen op zijn nieuwe
plaats;
b.
het but terug te leggen op zijn
oorspronkelijke plaats; en
c.
het but neer te leggen in het verlengde
van de lijn van zijn oorspronkelijke naar zijn nieuwe
plaats, op ten hoogste 20 m afstand van de cirkel (15 m
voor aspiranten en pupillen), en zo dat het zichtbaar
is.
Om b. of c. te kunnen kiezen moet de
plaats van het but tevoren gemarkeerd zijn geweest. Als
dat niet het geval is, blijft het but liggen op zijn
nieuwe plaats.
Als het but wordt weggeschoten, op
niet–toegestaan terrein terechtkomt, en weer op het
terrein terugkomt, wordt het als ongeldig beschouwd en
worden de regels van artikel 13 toegepast.
BOULES
Artikel 15 Werpen van boules
De eerste boule van een werpronde wordt
geworpen door een speler van de equipe die de toss heeft
gewonnen of als laatste punten heeft behaald. Daarna
werpt steeds de equipe die niet op punt ligt.
De speler mag van geen enkel voorwerp
gebruik maken noch een streepje op de grond aanbrengen,
om zijn boule te geleiden of de plaats te markeren waar
hij zijn boule wil laten neerkomen. Wanneer hij zijn
laatste boule werpt, mag hij in zijn andere hand geen
extra boule houden.
Boules moeten een voor een geworpen
worden.
Eenmaal geworpen boules mogen niet
opnieuw worden geworpen. Boules moeten echter opnieuw
worden geworpen als zij onderweg van de werpcirkel naar
het but zijn tegengehouden of uit hun koers zijn geraakt
door een boule of een but uit een andere partij, door
een dier, door enig bewegend voorwerp, en in het geval
genoemd in de tweede alinea van artikel 8.
Het is verboden boules of het but te
bevochtigen.
Een speler moet, vóór hij een boule
werpt, deze ontdoen van elke eraan klevende substantie.
Een speler die zich niet aan deze regel houdt, riskeert
de sancties genoemd in artikel 34.
Als de eerste boule op niet-toegestaan
terrein terechtkomt, moet de tegenstander zijn eerste
boule spelen; daarna spelen beiden om de beurt, zolang
er geen boule op toegestaan terrein ligt.
Als er als direct of indirect gevolg van
schieten geen enkele boule meer op toegestaan terrein
ligt, gelden de regels van artikel 28.
Artikel 16 Gedrag van spelers en
toeschouwers
Gedurende de tijd die een speler
reglementair ter beschikking staat om zijn boule te
werpen, moeten de toeschouwers en andere spelers stil
zijn.
De tegenstanders mogen niet lopen,
gebaren, of iets anders doen dat de speler af zou kunnen
leiden.
Alleen zijn medespelers mogen zich tussen
de werpcirkel en het but bevinden.
De tegenstanders moeten zich voorbij het
but of achter de speler bevinden, in beide gevallen
zijwaarts van de speelrichting, en bovendien op ten
minste 2 m afstand van but en speler.
Spelers die zich niet houden aan deze
regels kunnen worden gediskwalificeerd als zij, na een
officiële waarschuwing van de scheidsrechter, volharden
in hun gedrag.
Artikel 17 Oefenen; boules die
het afgebakende terrein verlaten
Tijdens een partij mag niet worden
geoefend. Een speler die zich niet aan deze regel houdt,
riskeert de sancties genoemd in artikel 34.
Boules die tijdens de werpronde het
afgebakende terrein verlaten, blijven geldig (tenzij
artikel 18 van toepassing is).
Artikel 18 Ongeldig geworden
boules
Een boule is ongeldig zodra hij op
niet–toegestaan terrein terechtkomt. Een boule op de
uitlijn is geldig.
De boule is pas ongeldig als hij de
uitlijn geheel is gepasseerd, dat wil zeggen als hij,
recht van boven bezien, geheel voorbij de uitlijn ligt.
Dit geldt evenzo als bij afgebakende terreinen de boule
een onmiddellijk naastgelegen terrein geheel heeft
overschreden.
Als bij partijen op tijd die worden
gespeeld op één terrein een boule geheel buiten het
toegewezen terrein wordt verplaatst is hij ongeldig.
Als de boule vervolgens op het terrein
terugkomt, hetzij vanwege de helling van het terrein,
hetzij na contact met een bewegend of stilstaand
voorwerp, wordt hij meteen uit het spel genomen, en
alles wat hij na het overschrijden van de uitlijn heeft
verplaatst wordt op zijn oorspronkelijke plaats
teruggelegd.
Een ongeldige boule moet meteen worden
opgeraapt en voor de betreffende werpronde uit het spel
worden genomen. Als dat niet gebeurt, wordt hij
automatisch geldig zodra de tegenpartij een boule
gespeeld heeft.
Artikel 19 Tegengehouden boules
Als een boule na het werpen wordt
tegengehouden of van richting veranderd door een
toeschouwer of door de scheidsrechter, blijft hij liggen
op zijn nieuwe plaats.
Als een boule na het werpen wordt
tegengehouden of onopzettelijk van richting veranderd
door een speler van de equipe waartoe deze boule
behoort, is hij ongeldig.
Als een geplaatste (gepointeerde) boule
wordt tegengehouden of onopzettelijk van richting
veranderd door een tegenstander, beslist de speler de
boule opnieuw te werpen of hem te laten liggen op zijn
nieuwe plaats.
Als een geschoten (getireerde) of
weggeschoten boule wordt tegengehouden of onopzettelijk
van richting veranderd door een speler, mag zijn
tegenstander beslissen:
-
de boule te laten liggen op zijn
nieuwe plaats; of
-
de boule neer te leggen in het
verlengde van de lijn van zijn oorspronkelijke naar
zijn nieuwe plaats, maar uitsluitend op toegestaan
terrein en op voorwaarde dat zijn oorspronkelijke
plaats was gemarkeerd.
Een speler die een bewegende boule met
opzet tegenhoudt, wordt onmiddellijk uitgesloten van de
rest van de partij, en met hem zijn equipe.
Artikel 20 Toegestane speeltijd
Zodra het but is uitgeworpen heeft een
speler ten hoogste één minuut om zijn boule te werpen.
De tijd gaat in zodra het but of de laatst geworpen
boule tot stilstand is gekomen, dan wel zodra een
eventuele meting verricht is.
Deze regels zijn na elke werpronde ook
van toepassing op het uitwerpen van het but, dat wil
zeggen 1 minuut voor de drie worpen.
Een speler die zich niet aan deze
speeltijd houdt, riskeert de sancties genoemd in artikel
34.
Artikel 21 Verplaatste boules
Als een stilliggende boule door
bijvoorbeeld de wind of de helling van het terrein
verplaatst wordt, wordt hij teruggelegd op zijn
oorspronkelijke plaats. Dit gebeurt ook als de boule per
ongeluk verplaatst wordt door toedoen van een speler, de
scheidsrechter, een toeschouwer, een dier of enig
bewegend voorwerp.
Om onenigheid te voorkomen moeten spelers
de plaats van de boules markeren. Protesten met
betrekking tot niet–gemarkeerde boules worden niet in
overweging genomen; de scheidsrechter zal zich louter
baseren op de feitelijke ligging van de boules op het
terrein.
Als echter een boule wordt verplaatst als
gevolg van een in deze partij geworpen boule, blijft hij
wel geldig.
Artikel 22 Werpen van andermans
boules
Een speler die met een boule van een
ander speelt, krijgt een officiële waarschuwing. De
geworpen Boule blijft niettemin geldig, maar wordt,
indien nodig na meting, onmiddellijk vervangen.
Ingeval van herhaling in de loop van de
partij wordt de boule van de speler die de fout maakte
ongeldig verklaard, en alles wat als gevolg daarvan is
verplaatst, wordt op zijn oorspronkelijke plaats
teruggelegd.
Artikel
23 Boules gespeeld vanuit de verkeerde werpcirkel
Een boule die wordt geworpen van buiten
de cirkel van waaruit het but is uitgeworpen is ongeldig
en alles wat als gevolg daarvan is verplaatst, wordt op
zijn oorspronkelijke plaats teruggelegd, mits deze was
gemarkeerd.
De tegenstander mag echter de
voordeelregel toepassen en de worp alsnog geldig
verklaren. De geworpen boule blijft dan geldig, en alles
wat als gevolg van de worp is verplaatst, blijft op zijn
nieuwe plaats liggen.
PUNTEN EN METINGEN
Artikel 24 Tijdelijk wegnemen van
boules
Om te kunnen meten is het toegestaan
boules en obstakels tussen het but en de te meten boules
tijdelijk weg te nemen, na hun plaats te hebben
gemarkeerd. Na het meten worden de boules en obstakels
op hun plaats teruggelegd. Als de obstakels niet kunnen
worden weggenomen, wordt met behulp van een passer
gemeten.
Artikel 25 Metingen
Een meting wordt verricht door de equipe
die de laatste boule heeft geworpen. De tegenstander
heeft altijd het recht na te meten. Ongeacht de ligging
van de te meten boules en het moment in de werpronde kan
de scheidsrechter worden geraadpleegd; tegen diens
beslissing is geen beroep mogelijk.
Metingen worden verricht met een geschikt
instrument, waarover beide equipes dienen te beschikken.
In het bijzonder is het niet toegestaan met de voeten te
meten. Een speler die zich niet aan deze regel houdt,
riskeert de sancties genoemd in artikel 34.
Artikel 26 Voortijdig opgeraapte
boules
Het is de spelers verboden gespeelde
boules op te rapen voor het einde van de werpronde.
Een boule die aan het einde van een
werpronde wordt opgeraapt vóór het aantal punten is
overeengekomen, is ongeldig. Hiertegen kan niet worden
geprotesteerd.
Artikel 27 Bij meting verplaatsen
van boules of but
Het te meten punt gaat verloren voor een
equipe waarvan een speler tijdens een meting het but of
een van de betwiste boules verplaatst.
Als de scheidsrechter tijdens een meting
het but of een boule beweegt of verplaatst, doet hij in
alle rechtvaardigheid een uitspraak.
Artikel 28 Boules op gelijke
afstand
Als de twee het dichtst bij het but
liggende boules even ver van het but liggen en aan
verschillende equipes toebehoren, kunnen zich de
volgende drie gevallen voordoen:
1.
geen van beide equipes heeft nog boules
te spelen: de werpronde eindigt onbeslist en het but
wordt uitgeworpen door een speler van de equipe die in
de onbesliste werpronde als eerste het but mocht
uitwerpen;
2.
slechts één equipe heeft nog boules te
spelen: die equipe werpt deze boules en behaalt zoveel
punten als zij uiteindelijk boules dichter bij het but
heeft liggen dan de dichtstbijzijnde boule van de
tegenstander; en
3.
beide equipes hebben nog boules te
spelen: de equipe die het laatst heeft geworpen, werpt
nogmaals een boule, dan de tegenstander, en vervolgens
om beurten, totdat één equipe op punt ligt; als slechts
één equipe nog boules te spelen heeft zijn de regels van
punt 2 van toepassing.
Als er aan het einde van een werpronde
geen boules op toegestaan terrein liggen, eindigt de
werpronde onbeslist.
Artikel 29 Reinigen van but of
boules
Vóór meting moeten de betrokken boules
en het but worden ontdaan van al wat er aan kleeft.
Artikel 30 Protesten
Een protest dient te worden ingediend
bij de scheidsrechter. Indien het na het vaststellen van
de uitslag van een partij wordt ingediend, wordt het
niet in overweging genomen.
Een equipe is verantwoordelijk voor het
toezicht op de tegenstander, onder andere met betrekking
tot licenties, spelerscategorie, terrein en boules.
DISCIPLINE
Artikel 31 Afwezigheid van
spelers
Bij de loting voor het wedstrijdschema
en de bekendmaking van het resultaat van deze loting
moeten de spelers bij de wedstrijdtafel aanwezig zijn.
Als een equipe een kwartier na de bekendmaking nog niet
op het terrein aanwezig is, wordt zij bestraft met één
punt, dat aan de tegenstander wordt toegekend. Bij
partijen op tijd wordt deze termijn verkort tot 5
minuten.
Voor iedere vijf minuten afwezigheid
daarna wordt opnieuw een punt toegekend aan de
tegenstander.
Dezelfde sanctie wordt tijdens het
toernooi opgelegd na elke loting en bij hervatting van
de partijen na enige onderbreking.
Een equipe die één uur na het begin van
het toernooi, of de hervatting van de partijen na een
onderbreking, nog niet op het terrein is verschenen
wordt uitgesloten van het toernooi.
Een onvolledige equipe mag aan de partij
beginnen zonder op een afwezige speler te wachten, maar
speelt zonder zijn boules.
Spelers mogen zich niet van een partij
verwijderen of het speelterrein verlaten zonder
toestemming van de scheidsrechter. Als deze niet is
gegeven, zijn de bepalingen in dit artikel en in artikel
32 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 32 Te laat komen
Als de afwezige speler na het begin van
een werpronde verschijnt, mag hij niet meer aan deze
werpronde deelnemen. Pas in de volgende werpronde kan
hij aan de partij meedoen.
Als de afwezige speler meer dan een uur
na het begin van een partij verschijnt, mag hij daar
niet meer aan meedoen.
Als de onvolledige equipe deze partij
wint, mag hij wel aan de eventuele volgende partij(en)
meedoen, mits de equipe mede op zijn naam is
ingeschreven.
Als het toernooi in poules wordt
gespeeld, mag hij, ongeacht het resultaat van deze
partij, aan de eventuele volgende partij(en) deelnemen.
Een werpronde wordt geacht te zijn
begonnen zodra het but geldig is uitgeworpen.
Artikel 33 Vervangers
Het inzetten van een vervanger in een
doublette of van een of twee vervangers in een triplette
is slechts toegestaan tot het officiële startsein van
het toernooi (mondeling, door middel van een fluitje,
een startschot, enz.), tenzij de vervanger reeds als
behorend tot een andere equipe voor het toernooi was
ingeschreven.
Artikel 34 Sancties
Spelers die zich niet houden aan de
spelregels, riskeren de volgende sancties:
1.
officiële waarschuwing,
2.
ongeldigverklaring van de geworpen of een
te werpen boule,
3.
ongeldigverklaring van de geworpen of een
te werpen boule, én de daaropvolgende boule,
4.
uitsluiting van de schuldige speler
gedurende de rest van de partij,
5.
diskwalificatie van de equipe die de fout
maakt, en
6.
diskwalificatie van beide equipes indien
zij elkaars foutieve gedrag door de vingers zien.
Artikel 35 Slechte
weersomstandigheden
Bij regen wordt een begonnen werpronde
afgemaakt, tenzij de scheidsrechter anders beslist. De
scheidsrechter is, na overleg met de jury, als enige
bevoegd ingeval van overmacht een werpronde te
onderbreken of ongeldig te verklaren.
Artikel 36 Voortgang van het
toernooi
Als bepaalde partijen bij de afkondiging
van een nieuwe fase van het toernooi nog niet afgelopen
zijn, kan de scheidsrechter, na raadpleging van de
wedstrijdleiding, alle maatregelen en beslissingen nemen
die hij nodig acht voor een vlot verloop van het
toernooi.
Artikel 37 Onsportief gedrag
Een equipe die in een partij blijk geeft
van onsportiviteit of van gebrek aan respect voor het
publiek, de officials of de scheidsrechters, wordt uit
het toernooi genomen. Deze diskwalificatie kan leiden
tot nietigverklaring van eventueel behaalde resultaten,
en tot het opleggen van de sancties als bepaald in
artikel 38.
Artikel 38 Wangedrag
Een speler die schuldig wordt bevonden
aan wangedrag of die zich van geweld bedient jegens een
official, een scheidsrechter, een andere speler of een
toeschouwer, riskeert een of meer van de volgende
sancties, afhankelijk van de ernst van de overtreding:
1.
diskwalificatie;
2.
intrekking van zijn licentie; en
3.
verbeurdverklaring of teruggave van
prijzen en beloningen.
Een sanctie die wordt opgelegd aan een
schuldig bevonden speler, kan ook worden opgelegd aan
zijn medespelers.
Sanctie 1 wordt opgelegd door de
scheidsrechter.
Sanctie 2 wordt opgelegd door de jury.
Sanctie 3 wordt toegepast door de
wedstrijdleiding, die de vervallen prijzen en
beloningen, vergezeld van een verslag, binnen 48 uur aan
de bond stuurt, die over de bestemming ervan beslist.
In alle gevallen ligt de uiteindelijke
beslissing bij de commissie tuchtrechtspraak van de
bond.
Spelers dienen correct gekleed te zijn.
Spelers die zich niet houden aan deze regel kunnen, na
een officiële waarschuwing van de scheidsrechter, worden
gediskwalificeerd.
Artikel 39 Scheidsrechters
Scheidsrechters die zijn aangewezen om
een toernooi te leiden, moeten toezien op de strikte
toepassing van het spelreglement en de administratieve
regelingen die het completeren. Zij kunnen spelers of
equipes diskwalificeren die weigeren zich bij hun
beslissingen neer te leggen.
De scheidsrechter rapporteert
toeschouwers die een licentie bezitten of door de bond
geschorst zijn, en die door hun gedrag incidenten op het
terrein veroorzaken, aan de bond. Deze maakt een
tuchtzaak tegen betrokkenen aanhangig bij de commissie
tuchtrechtspraak, die over de schuldvraag beslist en op
te leggen straffen vaststelt.
Artikel 40 Jury
Gevallen waarin dit reglement niet
voorziet, worden voorgelegd aan de scheidsrechter die ze
kan doorverwijzen naar de jury van het toernooi. Tegen
beslissingen van de jury als bedoeld in deze alinea, is
geen beroep mogelijk. Een jury bestaat uit ten minste
drie en ten hoogste vijf leden. Als de stemmen staken,
is de stem van de voorzitter van de jury doorslaggevend.
GELDIGHEID
Het huidige internationaal spelreglement
petanque is goedgekeurd door het congres van de
Fédération Internationale de Pétanque et Jeu Provençal
op 13 november 2008 te Dakar (Senegal).
De Nederlandse vertaling is vastgesteld
door de Nederlandse Jeu de Boules Bond en is met ingang
van 1 april 2009 van toepassing bij alle onder auspiciën
van de NJBB te houden toernooien.
GOEDGEKEURDE
BOULES EN BUTS
In het navolgende overzicht vindt u een
lijst van fabrikanten van boules en buts die zijn
goedgekeurd door de Fédération Internationale de
Pétanque et Jeu Provençale (FIPJP), lid van de
Confédération Mondiale de Sports Boules (CMSB), erkend
door het Internationaal Olympisch Comité (IOC).
De FIPJP is gevestigd aan de Rue Trigance
14, 13002 Marseille, Frankrijk.
Aanhangsels A en B zijn bijgewerkt tot en
met maart 2009.
|
Fabrikant |
Label |
Boule L’ARTISANALE
M. Edouard DUSSAUZE
14, rue Joseph Pupier
42100 SAINT ETIENNE
Tél: 04.77.80.38.84 |
ARTT
ART
ARD
ARTTA
ARTTI
|
Boule AZER S.A.
Avenue de la Libération
42720 BRIENNON
Tél: 04.77.60.93.12
Fax: 04.77.60.92.61 |
INOV–TOP
INOV–PLUS
INOV–XT
INOV–Xi
AZER-TOP
AZER-PLUS
AZER-XT
AZER-Xi
|
Boule BLEUE
Z.I. de la Valentine
13396 MARSEILLE
Cedex 11
Tél: 04.91.43.27.20
Fax: 04.91.43.23.70 |
BOULE ROFRITSCH
SUPER CARBONE
SUPER INOX
CARBONE 15
CARBONE 120
PRESTIGE INOX
PRESTIGE CARBONE
INOX 115
R.120
BLEUE INOX
INOX 120
R. BLEUE
|
|
Boules ELTE |
A 36
LT
INOX LT
MC
RL
RLM
|
|
Boule IDEALE |
IDI
IDC
IDN
IDS
ID
|
Boule INTEGRALE
96, Rue Marius Berliet
96009 LYON
Tél: 04.78.00.85.85
Fax: 04.78.00.92.78 |
BRONZE AS DE CARREAU AC
ACIER INOX DUR I
ACIER INOX TENDRE IT
IT R3
ACIER TRAITE BRILLANT CZ
NOIR CZ
ACIER TRAITE A5
ACIER CARBONE DTI
MARQUATE COMMUN INT
|
Boule J.B.
B.P. 35
42380 SAINT BONNET
LE CHÂTEAU
Tél: 04.77.50.06.98
Fax: 04.77.50.18.99 |
JB JBM30 JB
XXXX CAP115
X JB
X JB X X JB X 110
110
JB JB MI16 JB
|
Boule NOIRE
12, boulevard des Chauchères
B.P. 28
42380 SAINT BONNET
LE CHÂTEAU
Tél: 04.77.50.16.23
Fax: 04.77.50.18.99 |
CX COU **** BUCARO SOLEIL
ZX COU BUCARO SOLEIL 110
X COU BUCARO GTI
COU OKARO OKARO
*COU OKARO SOLEIL
ZCOU OKARO SOLEIL 110
CRCOU **** OKARO GTI
XC COU TON’R
XR COU **** TON’R 180
SUPER COU TON’R 180
TON’R TON’R
|
Boule OBUT
5, route du Cros
42380 SAINT BONNET
LE CHÂTEAU
Tél: 04.77.45.57.00
Fax: 04.77.45.57.29 |
OBUT ATX ****
*OBUT*
*OBUT* DURE inox
*OBUT* ½ TENDRE inox
OBUT* MATCH
*OBUT* LEADER
OBUT OBUT
OBUT A.T.C.
OBUT A.T.C. DURE chromée
OBUT A.T.H.
OBUT A.T.R.
OBUT A.T.R. ½ TENDRE chromée
OBUT A.T.S.
OBUT G.R.
OBUT MATCH
OBUT PRO
OBUT LEADER
OBUT MATCH +
OBUT Bi-pôle
OBUT Nexius***
|
Boule PI–DN
638, avenue Nicolas
Fabri de Peiresc
Z.I. Toulon–Est
B.P. 28
83087 TOULON Cedex 9
Tél: 04.94.75.23.20 |
π DN
π DNФФФФ
π DNФФФ
|
Boules UNIC
Le Suc de la Roue
42380 SAINT BONNET
LE CHÂTEAU
Tél: 04.77.50.19.65 |
UNIC
UNIC UNIC
UNIC110
UNIC TOURNOI
UNIC INOX
|
Boule V.M.S. PLOT
Siège: ODIVAL
B.P. 46
52800 NOGENT
Tél: 03.25.31.85.79 |
VMS
VMS TORTUE
CZ
2110
MS X
MS X15
MS A15
|
F.B.T. SPORT Complex Co. Ltd.
"La Franc Boule"
2357 Ramkamhaeng Road
Hua, Mark, Bangkapi
10240 BANGKOK (Thailande)
tel: (662) 718 4700 45
fax: (662) 718 4769 70
|
LA FRANC–SS01
LA FRANC–FBT THAILAND
LA FRANC SM "BF – BC" |
- FONDERIA F.A.M-S.A.S
Via Alba 15
10024 MONCALIERI TO (Italie)
- UNIBLOC sas di TARANTOLA
Strada Carignano, 6
10024 MONCALIERI TO (Italie)
- LINEA FUTURA di BALDO D
Strada San Mauro, 33/b
10156 TORINO TO (Italie)
- CAST S.A.S Di Bonivardo
C. co Tazzoli 195
10137 TORINO TO (Italie)
- MEG BOCCE di FOGLUIO
GIANCARL
Via Massa 21
10148 TORINO TO (Italie)
- OFFICINA MECCANICA
Fratelli Caudera s.r.l.
Via Sansovino 243/01
10151 TORINO TO (Italie)
- SPORT DIFFUSION
Boule du Jour
Via Cuneo 11
10044 PIANEZZE-TO (Italie) |
Bronze
Bronze
Bronze
Bronze
MEG2
Bronze
Bronze
B A11
D
J
|
BOULE EUROL-OPOINT
Mr J. BATHIARD
76 B rue Victor Hugo
42230 ROCHE LA MOLIERE
Tél: 04 77 90 45 14
Port: 06 09 59 11 63 |
Eden 110
MAGIC 110
EDEN 120
MAGIC 120
EDEN 130
MAGIC 130 |
|